FAQ

ID295 en ID322: Hoe dien je deze producten toe?

Een landbouwer bouwde zijn spuittoestel om ammoniumnitraat te kunnen toedienen, afkomstig van een luchtwasser.

ID295 en ID322: Veroorzaakt pH verbranding van het gewas?

Wanneer de pH laag is en er wordt weinig neerslag verwacht dan is het aan te raden niet toe te dienen. Zeker niet op grasland, want dan zal je verbranding hebben.

ID295 en ID322: Wat is het effect op de pH van de bodem?

Er wordt geen al te grote invloed op de pH van de bodem verwacht.

ID295 en ID322: Hoe zet je dergelijke veldproeven op? Hoe dien je deze meststoffen toe? Enerzijds grote volumes van laag geconcentreerde meststoffen (VeDoWS urine, dierlijke mest, (dunne fractie van) digestaat) en anderzijds lage volumes van hoog geconcen

Inagro heeft een speciaal toestel gebruikt dat enerzijds voorzien was van een vacuümpompsysteem en anderzijds een slangenpompsysteem.Het volledig gescheiden systeem maakt het ook mogelijk meerdere producten tegelijk veilig toe te dienen.

ID 292: Is fosfor in boerderijcompost beschikbaar voor planten?

Testen tonen aan dat fosfor in compost niet onmiddellijk beschikbaar is voor planten. Maar, compost komt terecht in de bodem en verhoogt de bodem-P-voorraad, en al deze P verhoogt de fosforbeschikbaarheid in de bodem. In Vlaanderen (België) wordt slechts de helft van de fosfor in compost in rekening gebracht in de mestwetgeving, maar in feite komt wel 100% terecht in de bodem en wordt het uiteindelijk beschikbaar voor het gewas.

ID 292: Zal boerderijcompost de N in de bodem wegnemen van mijn gewas als ik het toepas op het veld?

Dit hangt af van hoe rijp de boerderijcompost is. Rijpe compost is een bron van beschikbare N voor je gewas. Als je onrijpe compost toepast, zal het microbioom blijven organisch materiaal afbreken en bodemstikstof gebruiken voor dit, en daarbij in competitie treden met je gewas waardoor mogelijk N-gebrek optreedt. Het is daarom goed om het composteerproces tot rijpheid te laten doorlopen. Controleer of de hopen afgekoeld zijn en meet de stabiliteit en composteigenschappen in het labo. Als een alternatief kan je onrijpe compost in het najaar toepassen. N-tekort is dan geen probleem voor het gewas, en onrijpe compost kan dan het bodemmicrobioom boosten.

ID292: Is het echt nodig om de compost te bedekken?

Je kan ook composteren zonder compostdoek, maar onze testen tonen aan dat de nutriëntenverliezen geminimaliseerd worden door de compost te bedekken.

ID292: Hoe vaak moet de compost gekeerd worden tijdens de compostering?

Dit hangt af van de gemeten temperatuur, zuurstof- en CO2-concentratie. Het is belangrijk om deze te controleren om een goede compostkwaliteit te bekomen. Als de temperatuur of de CO2-concentratie te hoog is, wordt keren sterk aanbevolen. Het is ook goed om de compost te homogeniseren.

ID322/323:Waarom kiezen voor een VeDoWS stalconstructie?

Minder kosten aan mestverwerking. Minder water nodig dan met een luchtwasser. Daarnaast is er een beter stalklimaat voor de boer (afwezigheid ammoniak).

ID322/323: Wat zijn de gebruikservaringen en nadelen van de technologie?

Wanneer het varkensvoeder vaster is (brijbakken), werkt het systeem trager. Benevelen met water helpt.   De mestschrapers moeten frequent de mest verwijderen,  anders is er te veel en te vaste mest.

ID322/323: Wat zijn de ervaringen bij het gebruik van VeDoWS urine?

Er is een gebrek aan kennis bij de eindgebruikers over de VeDoWSurine. Ze zijn onvoldoende op de hoogte van het product, de inhoud, … Daarom is de vraag laag en de varkensboer (met de VeDoWS stalconstructie) kan de urine onvoldoende opslaan. Alleen als de varkensboeren (met een VeDoWS stalconstructie) weten dat de vraag zal toenemen zullen ze bereid zijn te investeren in opslagcapaciteit.

ID322/323:Wat is het economisch voordeel van een VeDoWS stalconstructie?

Minder kosten aan mestverwerking. Minder water nodig dan met een luchtwasser. Daarnaast is er een beter stalklimaat voor de boer (afwezigheid ammoniak).

ID322/323:Wat kan er een oppportuniteit zijn als je een VeDoWS stalconstructie hebt?

De installatie van een vergister na de stalconstuctie. De gecreëerde warmte kan gebruikt worden om de stal te verwarmen (minder hoest)

ID272/ID292: WAAROM zou je COMPOST GEBRUIKEN IN POTGROND (5% V/V)?

Het is goedkoper dan veen en door het toepassen van compost kan het 'lege' veen gekoloniseerd worden met nuttige bodemorganismen.

ID272/ID292: WAT VINDEN DE TELERS BELANGRIJK om te kiezen voor compost?

De biologie van de compost is voor de telers heel belangrijk en voor een minderheid ook de voedingsstoffen. Naast de kwaliteit is ook de certificering van het product een belangrijk punt en dit zelfs meer dan de prijs.

ID272/ID292: WAT ZIJN DE KNELPUNTEN bij het toepassen van COMPOST?
  • Vaak hebben telers weinig kennis over de bodemverbeterende eigenschappen van compost.
  • Alle gebruikers meldden problemen met schimmels, plastic en stenen in de compost, ook al gebruikten ze gecertificeerde compost.
  • Slechts de helft van de telers realiseert zich dat compost een bemestende waarde heeft.
  • Het nutriëntengehalte van de compost is voor de telers het belangrijkst, maar zelfs dan lijkt het erop dat slechts 25% van de telers zich realiseert dat compost een bemestende werking heeft en andere meststoffen kan vervangen.
  • De meststoffenwetgeving beperkt de gebruiksmogelijkheden en voorkomt dat telers meer compost gebruiken.
  • Slechts 38% van de bevraagde telers gelooft in het biocontrole-effect van compost.
  • Van de bevraagde telers heeft 88% problemen met verontreinigingen, beschikbaarheid en kwaliteit, maar slechts de helft hiervan gebruikt gecertificeerde compost.
ID272/ID292: WAAROM wordt bij een veldtoepassing van COMPOST 4-35 TON/HA gebruikt?

Omdat het de bodemstructuur en het OC-gehalte verbetert en om te voldoen aan de P-regeling (je hoeft maar 50% van de P-inhoud te tellen).

ID250/ID251: Waarom struviet gebruiken als meststof in de teelt van amandelbomen?

Technisch gezien zijn er geen ongemakken bij het gebruik ervan. De doeltreffendheid ervan is op grote schaal getest.

ID250/ID251: WAT ZIJN DE GROOTSTE BARRIÈRES VOOR HET GEBRUIK VAN STRUVIET IN AMANDELBOMEN?

De prijs. De verkoopprijs van deze biomeststof moet concurrerend zijn met die van de huidige meststoffen (de herkomst van de meststof lijkt niet van belang voor telers, zolang deze maar voldoet aan de wetgeving).

Het gehalte aan voedingsstoffen. Afhankelijk van de kwaliteit van het struviet kan het een verschillende concentratie N en P bevatten. Het is belangrijk dat de concentratie van de voedingsstoffen voldoende is om de bevruchting uit te voeren. Indien dit niet het geval is, dient menging te worden toegepast en dienen de mogelijke kosten van menging te worden beoordeeld.

ID253/ID255: WAAROM HETEROTROFE ALGEN KWEKEN?

Het lost het grote probleem van de technische en economische levensvatbaarheid van de algenkweek op (benodigde ruimte).

ID253: WAT ZIJN DE HINDERNISSEN VOOR HET GEBRUIK VAN MICROALGENTECHNOLOGIE?

Het is zeer belangrijk om te controleren of de technologie ook geldig is voor andere soorten afvalwater. Want het succes van deze technologie is volgens hen dat het wordt gebruikt als grondstof voor verwerkt afvalwater van groenten en fruit (dit afvalwater bevat veel organische belasting en voedingsstoffen).

ID321: WAT IS DE SAMENSTELLING VAN DE HOUTAS?

P2O5 3%, K2O 8%, MgO 4% en het is ook nuttig om te bekalken: neutraliserende waarde: 40%.

ID321: WELKE maatregelen zijn nodig VOOR HET VERSPREIDEN VAN HOUTAS?

Je moet voorzichtig zijn met de wind, want het product is geformuleerd als een poeder.

ID321: WAT IS DE GESCHIKTE DOSIS voor HOUTAS?

Om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden, wordt 2 ton per drie jaar aanbevolen. Bodemanalyse kan helpen bij het bepalen van deze doses.

ID255: WAT ZIJN DE hindernissen/KANSEN OM ALGENBEMESTING TE GEBRUIKEN?

De algenbemesting is een zeer interessant product, maar het grootste probleem is volgens telers het nutriëntengehalte (vooral het stikstofgehalte). Daarom denken ze dat de beste optie zou zijn om deze biobemesting op de markt te brengen als additief om het te mengen met andere meststoffen tot een meststof met de juiste voedingsstoffen verkregen wordt.

ID321: Welke zijn de ongewenste mineralen die we in de as kunnen vinden?

De samenstelling van de as is vooral afhankelijk van de grond waarop de bomen zijn opgegroeid. Houtsnippers zijn afkomstig van hagen op het platteland zonder enige industrie of autoverkeer. De mineralen komen van de velden en keren terug naar de velden. Er is geen concentratie.

ID321: WAT IS DE PRIJS VAN AS?

Er is nog geen prijs omdat er nog geen markt is. Het hangt af van de fysieke kwaliteit van de as en de moeilijkheid voor de asproducent om ze te verkopen, maar de inherente waarde kan worden beoordeeld in de buurt van 130 € / t.

ID273/274: HOE ZIT HET MET DE JURIDISCHE STATUS?

Ammoniumsulfaat ('spuiwater') uit (digestaatdroger-gebaseerde) chemische luchtwasser wordt beschouwd als een minerale meststof - wat betekent dat het aan een hogere dosis dan de 170 kg N/ha uit dierlijke mest kan worden gebruikt, en niet dezelfde transportvereisten heeft (bv. Vlaanderen: 'erkende mestvoerder'). Dit ammoniumsulfaat moet vanaf 1/1/2020 (vóór COVID19-conditie - nu 1/1/2021) geregistreerd worden in het register van minerale meststoffen (MAP 6).

ID274: Wat is de prijs van deze bemesting?

Ammoniumsulfaat zelf is in het UNIR-project berekend en geprijsd aan 10 à 15€/m³

ID 274: Is de kostenstructuur van bemesting met ammoniumsulfaat interessanter dan die van bemesting met minerale (chemische N-)meststoffen?

In vergelijking met (extra) bemesting met KAS of Urean levert de (extra) bemesting met ammoniumsulfaat uit de biogasinstallatie Biogas Bree een voordeel op van 50 tot 60€/ha (cfr https://www.vcm-mestverwerking.be/nl/kenniscentrum/18221/vlaanderen-circulair-project-unir).

ID 274:Wat zijn de agronomische voordelen/wat zijn de resultaten van UNIR-tests tot nu toe - in vergelijking met standaard bemesting (mest + chemische N-meststoffen)?

Donkerder gekleurd gras, vergelijkbare opbrengsten, geen 'verbranding' van gewassen, gelijke of lagere N-uitloging.

ID 295 AND 296: U zegt dat P, K, S in alle veldjes werd toegediend. Zelfs voor 100% N-advies met spuiwater?Was S hier de beperkende factor?

Inderdaad, 100% N-advies met spuiwater bevatte voldoende S zodat hier geen extra S werd toegediend. In dit onderzoek was alleen N de beperkende factor omdat alle velden voldoende P, K, S bevatten.

ID295 AND 296: Hoeveel sulfaat bevat ammoniumsulfaat/spuiwater?

Ongeveer evenveel als stikstof namelijk +/- 4-5 % (40-50 kg/ton) 

ID 322 AND 323:Wat is de hoeveelheid natrium in varkensurine ?

We analyseerden deze parameter niet maar vermoedelijk zal de concentratie laag zijn en vergelijkbaar met chloor.

ID 295 AND 296: Wat is de hoeveelheid natrium in digestaat ?

We analyseerden deze parameter niet maar vermoedelijk zal de concentratie laag zijn en vergelijkbaar met chloor.

ID 322 AND 323:Wanneer is de samenstelling van de producten gemeten?

De samenstelling werd 2 maal gemeten:  1 maal voor toedienen. 1 maal bij toedienen. Tussen beide staalnames werden de producten apart gestockeerd in IBC containers. Er was weinig verschil tussen de eerste en tweede staalname 

ID 322 AND 323:Wanneer is de samenstelling van de producten gemeten?

De samenstelling werd 2 maal gemeten:  1 maal voor toedienen. 1 maal bij toedienen. Tussen beide staalnames werden de producten apart gestockeerd in IBC containers. Er was weinig verschil tussen de eerste en tweede staalname 

ID 401: KAN DE AS ZICH GOED VERSPREIDEN IN DE POTGROND, OMDAT ZE ZO POEDERIG ZIJN?

We gaan ervan uit dat ze dat doen, maar zullen aan het eind van de proef een bodemanalyse uitvoeren om dit te beoordelen. Daarnaast kan de as worden gepelletiseerd of gegranuleerd voor gebruik.

ID 272: KUNNEN WE AL ONZE SYNTHETISCHE MESTSTOFFEN VERVANGEN DOOR COMPOST?

U kunt een groot deel ervan vervangen, maar u moet wel een voedingsstoffenanalyse van de compost laten uitvoeren en deze vergelijken met de behoefte van uw gewas. Vervolgens moet u de nog benodigde extra voedingsstoffen toevoegen. Het voordeel is dat u hiervoor enkelvoudige voedingsstoffen kunt gebruiken en u zult aanzienlijk minder nodig hebben.

ID 192 en 193: Wat zijn de inputmaterialen voor de productie van bio-fosfaat?

Het inputmateriaal voor de productie van P-rijk Bio-fosfaat product is voedselveilig dierlijk beendermeel dat alleen wordt gemaakt van geselecteerde categorie 3 voedselveilige dierlijke beenderen. Het materiaal wordt door de botverwerkende industrie verzameld en apart verwerkt, met verwerking onder 133°C. Verwerkt bot bevat doorgaans ongeveer 30-38% eiwit, 50-62% mineraal, 5-8% vet en 7-10% vocht. Beendermeel wordt gebruikt voor de productie en extractie van gelatine voor de menselijke voedingsindustrie; China-bot (verbrand beenderaspoeder voor de porseleinindustrie); dierenvoeding en bio-fosfaatproductie door 3R Zero Emission Pyrolyse technologie. Bio-fosfaat is  korrelig en 1-5 mm groot  met een hoge nutriëntdichtheid van meer dan 30% P2O5 en kan gebruikt worden als volwaardige bio-meststof (voornamelijk voor de biologische tuinbouw en de stadslandbouw) en/of als een specifiek waterbehandelingsadsorberend middel.

ID192 en 193: Zijn meat en beendermeel (MBM) inputmaterialen voor de productie van bio-fosfaat?

NEE, absoluut niet, MBM mix is een heel ander product en is niet  geschikt omwille van zijn zeer hoog vleesgehalte en laag botgehalte Er is geen enkele technische en economische haalbaarheid, mogelijkheid, rationaliteit en/of reden om eiwitrijk P-arm MBM om te zetten in Bio-fosfaat. MBM kan worden gebruikt voor bio-energie via pyroyseverwerking.

Meat en beendermeel (MBM) wordt gemaakt door het "smelten" van categorie 1- en 2- dierlijke bijproducten door het te verwerken bij 133°C bij een druk van 3 bar gedurende ten minste 20 minuten, om een gedeeltelijke ontsmetting te garanderen (dit wordt voldoende geacht om bacteriën en virussen te elimineren, maar geen prionen, waarvoor een verwerkingstemperatuurbehandeling van meer dan 500°C voor de materiaalkern nodig is). Het gesmolten product bevat doorgaans ongeveer 48-52% hoog eiwitgehalte, 33-35% as, 8-12% vet en 7-10% vocht. Het  proces van beendermeel produceert energie of de producten worden genomen in energieproductie-installaties die bevoegd zijn om deze categorieën van dierlijke bijproducten te nemen voor de omzetting van energie. MBM wordt geproduceerd door verbranding op hoge temperatuur in een warmteproces dat voldoet aan de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU Verbrandingsrichtlijn) Artikel 6 = voorwaarden voor verbranding bij minimaal 850°C gedurende ten minste 2 seconden, TOC (totale hoeveelheid organische koolstof) in aspoeder <3%. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat alle ziekteverwekkers volledig worden geëlimineerd.

D192 en 193: Is slachtafval de juiste term voor het inputmateriaal voor de productie van bio-fosfaat?

Nee, dat is niet zo. De ingedeelde afvalstoffen en bijproducten zijn twee verschillende stromen en technisch/wettelijk gezien twee verschillende klassen.

Afvalstoffen zijn ongewenste of onbruikbare materialen, die na primair gebruik worden afgevoerd.

Bijproducten zijn waardevolle bijproducten die voortkomen uit het productie- en fabricageproces.

De output van de slachthuizen bestaat uit vlees voor menselijke consumptie en uit ruwe dierlijke bijproducten die verder worden verwerkt in andere industrieën, zoals de vetverwerkende en destructiebedrijven om er nieuwe en veilig afgeleide producten van te maken. Alle ruwe dierlijke bijproducten van slachthuizen moeten worden verwerkt, d.w.z. afgeleide producten in de destructie-industrie. Slachthuizen verwerken geen dierlijke bijproducten, maar leveren dergelijke materialen aan andere en gespecialiseerde industrieën, die gespecialiseerd zijn in de verwerking van vetten en het smelten van producten bij de gebruikelijke verwerkingsconditie van 133°C.

Ondanks dat de bijproducten van dierlijke destructie (beendermeel, MBM, PAP) steriel zijn op het moment van de productie, is er net als bij andere eitwithoudende materialen een zeer hoog risico op kruisbesmetting en herbesmetting tijdens toepassingen. Omdat die zijn gebaseerd op eiwitten van zoogdieren, zijn de menselijke en dierlijke pathogenen het grootste risicopotentieel. Terwijl ze  bacterievrij  het kooktoestel verlaten, kan herbesmetting overal onderweg plaatsvinden. Niet alle dierlijke bijproducten zijn geschikt voor de directe productie van hoogwaardige teruggewonnen Fosformeststoffen.

ID192: Wat zijn de dierlijke bij-producten (DBP)?

Dierlijke bijproducten (DBP's) zijn materialen van dierlijke oorsprong die niet door mensen worden geconsumeerd. DBP's zijn onder andere:

  • Diervoeders - bijvoorbeeld op basis van vismeel en verwerkte dierlijke eiwitten.
  • Biologische meststoffen en bodemverbeteraars - bijvoorbeeld mest, guano.
  • Technische producten - bijv. huisdiervoer, huiden voor leer, wol, bloed voor de productie van diagnostische hulpmiddelen.

De toegestane gebruiks- en verwijderingsroutes vallen onder Verordening (EG) nr. 1069/2009.

ID 192: Hoe duurzaam is bio-fosfaat?
  • Het bio-fosfaat wordt geproduceerd uit een duurzame en hernieuwbare bijproductstroom.
  • Veilig te gebruiken onder alle klimaat- en bodemomstandigheden.
  • Gericht op positieve sociale en milieu-effecten, verbeterde voedselkwaliteit en -veiligheid voor minder kosten.
  • Zeer efficiënt energieomzettingsproces. Energie-zelfvoorzienend en auto-thermisch proces.
  • Lage-kosten/lage-energie toeleveringsketen.
ID192 en 193: Wat zijn de wettelijke gronden van de 3R pyroloyse technologie en bio-fosfaat?
  • Fully permitted by EU MS Authorities under strict EU legislations with link to Mutual Recognition EU 2019/515, Fertilising Products Regulation EU 2019/1009 and Critical Raw Materials EU 2017/490
  • Industrial scale pyrolysis plant installation and operation permit number: FES/01/0851-33/2015 (Issuing Authority Industrial Safety Inspection and ten other advising Authorities)
  • ABC (Animal Bone Char) BioPhosphate product horticultural biofertiliser application permit number: 6300/13393-2/2019.
ID193: Heb je een EU-lidstaat vergunning nodig om een pyrolyse installatie te exploiteren?

JA, in Europa is het verplicht een vergunning te krijgen van de autoriteiten van de lidstaten om een pyrolyse-installatie te exploiteren voor de commerciële productie van biochar overeenkomstig de EU-regelgeving. Gewoonlijk tien adviserende autoriteiten zijn bij dit verplichte vergunningsproces betrokken . In de REACH-verordening wordt ook het verplichte certificaat voor de invoer, het op de markt brengen en de productie van commerciële biochar boven 1 ton/jaar gedefinieerd.

ID192: Wat is de toepassingsdosis?

Bio-fosfaat is een is een innovatieve meststof met een hoge nutriëntendichtheid en de gebruikelijke dosering is van 200 kg/ha tot 1500 kg/ha, in de praktijk 300 kg/ha, afhankelijk van de lokale omstandigheden.

ID192: Heb je een aangepast machine nodig om bio-fosfaat toe te dienen?

Neen, het product kan met traditionele landbouwmachines worden toegepast.

ID192: Hoe vaak moet je bio-fosfaat toedienen?

Om de twee jaar volstaat. Jaarlijks kan ook aangewezen zijn.

ID192: Wat is het verschil in nutriënteninhoud van biochar afkomstig van pluimveemest en biofosfaat?

Pluimveemest biochar heeft een vrij laag nutriëntendichtheid met een lage economisch waarde voor de gebruikers, aangezien de extra kosten voor de verwerking niet worden weerspiegeld in de waarde van de nutriëntdichtheid. Het invoermateriaal zelf, de pluimveemest, heeft enigszins een toegenomen (1-3% P2O5 gehalte) nutriëntgehalte ten opzichte van andere soorten mest, daarom is het van hogere commerciële waarde. Pluimveemest biochar is fijn korrelvormig en dat poederachtige materiaal is een uitdaging om verder te formuleren en in de praktijk toe te passen onder volledige industriële omstandigheden. Toepassingsdoses zijn hoog, zoals >10 t/ha. Het moet echter worden opgemerkt, dat de verwerking van biochar ook een totale sterilisatie van dit materiaal betekent, wat een pluspunt is voor de milieuveiligheid van pluimveemest biochar. Bio-fosfaat zelf is een uitzonderlijk hoog P/Ca nutriëntdicht materiaal zoals 35% P2O5 gehalte, met de juiste korrelgrootte en macro-poreusheid met BIO-NPK-C formulering mogelijk in elke configuratie. Dit is zeer interessant voor de gebruikers, aangezien de kosten voor de verwerking van Bio-fosfaat weerspiegeld worden in de waarde van de nutriëntdichtheid en de prestaties. Toepassingsdoses zijn laag, zoals gemiddeld 0,3 t/ha. De totale kosten van bio-fosfaat zijn veel lager dan die van pluimveemest biochar of plantaardige biochar, wanneer alle kosten in aanmerking worden genomen onder marktconforme industriële productieomstandigheden.